Korte samenvatting

  • Input is hetgeen wat de gebruiker van een programma invoert. Dit kan bijvoorbeeld een stukje tekst of een nummer zijn, maar ook een muisklik.
  • Op basis van de input genereert de computer een output, als het ware een reactie op de gebruiker die de output vervolgens op het scherm kan zien.
  • In Python kunnen we input vragen aan de gebruiker door middel van de ingebouwde input()-functie. Tussen de haakjes van de functie zet je het bericht dat je de gebruiker wilt meegeven, als je vraagt om input.
  • Je kunt de input van de gebruiker opslaan in een variabele, zodat je deze later kunt gebruiken om een output te vormen.

Broncode

# De input van de gebruiker wordt opgeslagen in een variabele
naam = input("Voer je naam in: ")

# Op basis van de opgeslagen input wordt een output gegenereerd
print("Welkom, ", naam)

Huiswerk voor deze tutorial

Nu je weet hoe je input moet vragen aan de gebruiker en hier een output op kunt baseren, kun je hier een simpel programmaatje mee maken.

  1. Vraag de gebruiker eerst naar zijn/haar naam en sla het antwoord op in de variabele naam
  2. Vraag de gebruiker hierna naar zijn/haar leeftijd en sla dit op in de variabele leeftijd
  3. Genereer een output op basis van de ingevoerde waarden. Een voorbeeld van een gegenereerde output is: “De computer praat nu met Nick. Hij is 18 jaar.”

Oplossing Huiswerkopdracht

# De gebruiker wordt naar zijn/haar naam gevraagd en opgeslagen in 'naam'
naam = input("Voer je naam in: ")

# De leeftijd van de gebruiker wordt gevraagd en opgeslagen in 'leeftijd' 
leeftijd = input("Voer je leeftijd in: ")

# Er wordt een output gegenereerd waarin de naam en leeftijd zijn verwerkt
print("De computer praat nu met ", naam, ". Hij is", leeftijd, " jaar.")